Mieke Van Hecke over verarming

jobstudentenkaravaan
“Meer dan materiële noden hebben mensen in armoede behoefte aan inleving in hun situatie en respect”, zegt Mieke Van Hecke. Ze was volksvertegenwoordiger en directeur-generaal van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs. Nu ze met pensioen is, blijft ze actief als voorzitter van de ‘Beweging van mensen met laag inkomen en kinderen’ uit Gent. Ze spreekt uit haar ervaringen.

Wat vind je het belangrijkste dat we moeten aanpakken in de armoede-problematiek?
Als het gaat over omgaan met mensen in armoede, zijn er twee kernwoorden voor mij: empathie en respect. Ik maak me zorgen over en erger me zelfs aan de manier waarop heel wat mensen hen een stempel geven en vinden dat ze het zelf hebben gezocht. Dat merk je niet alleen in discussies en cafépraat. Dat zie je ook in bepaalde beleidsmaatregelen of in uitspraken van bepaalde politici. Om  iets aan dat emotionele aspect te doen, moeten we met z’n allen durven nadenken over onze eigen vooroordelen. We moeten die kunnen zien en ons gedrag durven aanpassen. We moeten openstaan voor andere mensen die onze ogen openen.

Merk je een toename van armoede of eerder een afname?
In absolute cijfers zal er wellicht een toename zijn. Er is een vrij grote instroom van ‘gekleurde’ armoede. Dat zal nog stijgen door de vluchtelingencrisis.
Wat betreft generatiearmoede denk ik dat we aan het stagneren zijn. Er worden wel degelijk resultaten bereikt op dat gebied, maar bij bepaalde groepen zien we de armoede toenemen. We merken dat bij alleenstaande vrouwen met kinderen en bij ouderen. Waar we absoluut een toename van armoede kunnen vermoeden, is bij kleine zelfstandigen. We kunnen er gerust van uitgaan dat nogal wat kleine winkeliers het moeilijker hebben dan vroeger om de eindjes aan elkaar te knopen. Alleen merken we dat niet altijd, ze participeren nog volop aan de maatschappij. Ah ja, dat moeten ze wel doen om hun zaak draaiende te houden.

Is het hebben van werk niet de absolute hefboom om uit armoede te geraken?
Het is in elk geval een zeer belangrijke hefboom, maar niet zo’n gemakkelijke. Daarvoor moet je werken aan een aantal noodzakelijke voorwaarden. Zo moeten we wellicht nog investeren in de arbeidsattitude van een aantal groepen. Aanleren van stiptheid, brengen van regelmaat… Het zijn dingen die voor ons evident lijken, maar als je dagdagelijks bezig met overleven, is dat niet altijd zo.

Het hebben van een job is niet alleen belangrijk als bron van inkomen. Werk hebben is ongelooflijk belangrijk voor het zelfbeeld en breekt het isolement waarin veel armen leven. Ik herinner me de uitspraak van iemand die in Artikel 60 werkte: “Het is de eerste keer in mijn leven dat ik ergens verwacht word, en dat doet deugd’.

Wat kunnen we als vakbond betekenen voor de aanpak van armoede?
We moeten uiteraard als maatschappij in zijn geheel ervoor zorgen dat alle mensen een deftig inkomen hebben, toegang krijgen tot de woningmarkt, tot betaalbare energie en tot betaalbaar onderwijs. Maar ik nodig ook het middenveld uit om werk te maken van de wijze waarop men naar mensen in armoede kijkt. Ik pleit voor die empathie, voor dat luisteren, voor dat respect, voor dat ontmoeten op basis van gelijkwaardigheid. Die maatschappij die verhardt en dat sociaal weefsel in buurten die verdwijnt, dààr moeten we als middenveld en als sociale burger werk van maken. 
 
 
De ‘Beweging van mensen met laag inkomen en kinderen’ is een Gentse organisatie die werkt met mensen in armoede. Ze zijn één van die organisaties uit het Gentse die erkend zijn als ‘Vereniging waar armen het woord nemen’, en maken dus ook deel uit van het Netwerk tegen Armoede dat op Vlaams niveau bezig is rond armoede.

Meer info? www.bmlik.bewww.netwerktegenarmoede.be